|
Als
bestuur(der) neemt u dagelijks beslissingen. Goede en minder goede beslissingen.
Soms met verstrekkende gevolgen. Een aantal vragen met antwoorden.
De
BV kan zijn eigen bestuurder(s) aansprakelijk stellen. Hoe zit dat?
De bestuurder is verantwoordelijk voor het gevoerde beleid en legt daarvoor
verantwoording af aan de aandeelhouders. Zijn die de mening toegedaan dat de
wijze waarop dat beleid is uitgevoerd niet door de beugel kan, dan is het de BV
die de aansprakelijkheidsstelling - en een eventuele dagvaarding - voor haar
rekening neemt. Het is aan de vennootschap aan te tonen, dat er verwijtbaar
gehandeld is. In juridisch heet dat: de bewijslast ligt bij de BV.
De BV kan alle bestuurders aansprakelijk stellen en hoeft zich niet te beperken
tot de persoon die de verwijtbare handeling heeft uitgevoerd. Wél zal de BV
altijd de bewijzen van ‘verwijtbaarheid’ moeten leveren. En dat kan
doorgaans alleen, als de BV hard kan maken dat de ‘uitvoerende’ bestuurder
heeft gehandeld met medeweten van de andere bestuurders. Die, op hun beurt,
zouden zich kunnen verdedigen met de stelling dat hen niets ten laste kan worden
gelegd. Maar dat zal geen steek houden, als het de uitvoering van een
gezamenlijk genomen besluit betreft.
Wanneer
zit een bestuurder fout?
Of: wat kan een BV u verwijten en waarvoor kunt u aansprakelijk worden gesteld?
In algemene woorden is het antwoord daarop wettelijk vastgelegd. Het komt hierop
neer: 'de bestuurder is verplicht de door de vennootschap opgedragen taken naar
behoren uit te voeren'. Uiteraard kan er uitvoerig worden gediscussieerd over de
betekenis van 'behoorlijke taakvervulling', maar aan dat vuur gaan we ons hier
niet branden. Wat vaststaat is dit: van persoonlijke aansprakelijkheidsstelling
is alleen sprake in geval van aantoonbaar roekeloos en onbezonnen handelen. Met
andere woorden: er moet u dus écht iets kwalijk genomen kunnen worden.
Verwijtbaar wordt dan 'ernstig verwijtbaar' of 'onbehoorlijk' gedrag.Wel en
niet! Ook wanneer gehandeld wordt in strijd met wettelijke bepalingen of de
statuten van de BV, is de kans op verwijtbaar groot. Bij 'onverstandig'
besturen, verkeerde beleidskeuzes en niet voorziene marktontwikkelingen,
gaat de vlieger in het algemeen echter niet op.
Mag
een bestuurder gelden van de BV gebruiken voor privé-activiteiten?
Nee. Hij moet er juist voor waken privé-zaken en BV belangen te vermengen ten
nadele van de vennootschap. Het belang van de BV, kortom, mag niet ondergeschikt
worden gemaakt aan uw persoonlijke belang of aan dat van anderen. (Zie hiervoor
ook het onderdeel ‘Wiens belang?’ verderop in dit hoofdstuk).
De regel gaat ook op in de volgende situaties:
namens de BV verplichtingen aangaan, die grote financiële risico’s met zich
meebrengen. Risico’s die niet goed zijn onderzocht, of de draagkracht van de
vennootschap ver te boven gaan;
bewust niet reageren op vorderingen van crediteuren, terwijl u weet dat uw BV
geen verhaal biedt en door het uitblijven van een reactie de schade van die
crediteuren onnodig oploopt;
maken de vordering te innen.
In de twee laatste voorbeelden wordt er bewust voor gekozen, de belangen van de
crediteuren te minachten en hun positie te benadelen.
Werving niet zonder gevaar De bestuurder van een BV die voor eigen belang
personeel werft van diezelfde BV (ten behoeve van een nieuw op te richten
vennootschap) en géén maatregelen neemt om de ‘oude’ BV te beschermen
tegen de problemen die daar uit voort kunnen komen, kan ook de kous op de kop
krijgen. Hij brengt de continuïteit van de onderneming namelijk bewust in
gevaar en roept onbehoorlijk, verwijtbaar en onrechtmatig gedrag over zich af.
Daarmee is hij aansprakelijk voor alle door de (eerste) BV geleden schade.
(einde kader)
Hoe
kan het risico voor een bestuurder worden beperkt?
Om een aansprakelijkheidsstelling uit de weg te gaan, kunnen bestuurders
kwijting vragen voor de wijze waarop zij hebben bestuurd. Een ander daarvoor
gebruikt begrip is decharge. Dit houdt in, dat de BV officieel laat weten u geen
verwijten te maken. Omdat er geen redenen zijn om dat te doen. Daarmee is de
zekerheid geschapen, dat er vanuit die hoek niets te duchten valt.
Maar dit betekent niet, dat er geen anderen zijn die appeltjes met u (als
bestuurder) zouden willen en kunnen schillen. Voorop de curator, die u bij een
eventueel faillissement alsnog aansprakelijk kan stellen.
Een andere optie om risico’s te beperken, is vooraf de aandeelhouders in te
seinen over mogelijke 'gevaren'. Ook al zeggen de statuten, dat dit niet nodig
is! Het kan echter een middel zijn om de aandeelhouders op voorhand al te
betrekken bij - en deelgenoot te maken van - de risico’s. Gedeelde smart is
halve smart!
Over het onderwerp risicobestrijding verder nog dit: zodra uw taken erop zitten
(en u dus ophoudt bestuurder te zijn!), kunt u de aandeelhouders vragen kwijting
te verlenen voor het gevoerde beleid. Daarmee heeft u de zekerheid, dat uw
‘vertrek’ ook een ‘afscheid’ betekent van mogelijke aansprakelijkheid.
(Een dergelijke kwijting kan ook periodiek worden verlangd. Bijvoorbeeld,
tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders waarbij de jaarcijfers
vastgesteld worden.)
Voor
meer informatie kunt u terecht bij a.p.scheltinga organisatieadvies &
managementondersteuning.
(Bron:
www.dezaak.nl,
bijgewerkt oktober 2007)

|